Over een bergpas in de Dolomieten (141 km)

de laatste 5 km naar de bergpas zijn bijzonder inspannend
Deze Dolomietentocht, die begint met een beklimming die u ruim 1000m hoger brengt (tot 2052m), is lang en zwaar. De bergpas die u oversteekt is een groot deel van het jaar - van half mei tot eind oktober - gesloten voor alle verkeer. Het is veilig om u vooraf goed te informeren over de toestand indien u reeds in mei of nog in oktober de tocht wilt ondernemen.
De rit voert ons behalve over deze bergpas, ook door het Oostenrijkse Oost-Tirol en het Italiaanse Zuid-Tirol. Op de hele weg wordt door de plaatselijke bevolking Duits gesproken, al kan het zijn dat u in de meest toeristische plaatsen van Zuid-Tirol, zoals Bruneck, Innichen en Toblach, de weg niet in het Duits kunt vragen. Het is er een beetje zoals in de faciliteitengemeenten rond Brussel: het zijn Duitstalige gemeenten maar soms overheerst het Italiaans. De plaats- en straatnamen zijn steeds in de twee talen aangeduid. Voor het gemak (en uit respect) gebruiken we hier alleen de Duitse namen.

Grotere kaart weergeven
Aan de Italiaanse kant rijden we door het Pustertal, de vallei van de Rienz. De beklimming naar de Staller Sattel verloopt in het Antholzertal (22,5 km). De afdaling aan de Oostenrijkse kant verloopt in het Defereggental (35,1 km). Daarna volgen we de vallei van de kleine Isel, niet ver van de bekende Felbertauerntunnel.
U kunt deze tocht van 140 km aanvatten waar u wilt, aan de Oostenrijkse of aan de Italiaanse kant. U bereikt de Italiaanse kant (Rasen) vanuit Oostenrijk via Innsbruck en over de Brennerpas. Om in Lienz te geraken moet u over KitzbŁhel. Naar Lienz is het korter (ongeveer 55 km) maar naar Rasen hebt u aanzienlijk meer snelweg.
Niederrasen ligt beneden in het Antholzertal
Bij deze beschrijving vertrekt u in het Pustertal, in het skidorpje Niederrasen (1.030m). De gemeente Rasen-Antholz, waar het deel van uitmaakt, bestrijkt het hele Antholzertal en het kleine plaatsje Neunhšusern. De vele skihotels (in functie van het populaire ski-oord Kronplatz) doen niet vermoeden dat hier minder dan 3000 mensen wonen.
We rijden langzaam omhoog en de eerste 17,5 km zijn "vals plat", hellend tot sterk hellend. We passeren Oberrasen, Antholz-Niedertal (1.135m) en Antholz-Mittertal (1.230m). Tot Antholz-Niedertal stijgt de weg minder dan 1,5%, maar daarna loopt het stijgingspercentage al op tot 3. Tot aan de Antholzer See (1.642m) gaat het verder nog, met hellingen tot 6%. (u kunt uitrusten aan de Huber Alm, KM 15,6 1614m).
Het meer heeft een oppervlakte van 44 ha en is maximaal 38 meter diep. In de winter is het meer toegevroren en met sneeuw overdekt. Naast het meer bevindt zich een in dat milieu bekend biatlon-stadion. In 2007 werd het biatlon-wereldkampioenschap voor de vierde keer in dit stadion georganiseerd. Biatlon is een combinatie van langlaufen en geweerschieten.
Van daar tot aan de Staller Sattel (2.052m) is het nog vijf kilometer maar hier en daar ligt het stijgingspercentage rond en boven 13% (gemiddeld 8,2%).
Links de Antholzer See en rechts de OberSee aan de Oostenrijkse kant
De weg loopt van aan de Antholzer See (links kader) tot aan de Obersee (rechts). De weg is niet breed genoeg voor twee auto's en er staat dan ook een verkeerslicht om het verkeer te regelen, dat auto's en motoren maar gedurende een kwartier per uur doorlaat. In de richting van Oostenrijk is dat van de 30e tot de 45e minuut. Aangezien u voor deze afstand sowieso langer dan een half uur nodig hebt, hoeft u zich bij de start ook niet aan het rood licht te storen. De pas is 's nachts gesloten (van 21u45 tot 5u30). Er is al een tijdje sprake dat dit een tolweg (Mautstrasse - 5 EUR) zal worden maar bij mijn weten is dit nog niet ingevoerd.

Op frisse dagen wordt het op deze korte afstand nog een stuk kouder. En vlak voor de top moet u ook nog door een 100m lange koude, donkere tunnel. Neem deze tunnel met fietslicht aan, en liefst wanneer u geen auto's verwacht.
Het hoogste punt is meteen de grens tussen ItaliŽ en Oostenrijk. We bevinden ons nu in de provincie Kaernten, in Ost-Tirol.
Vanaf Staller Sattel is het 35,1 km dalen tot het plaatsje Huben (819m). Vooral in het eerste deel zijn er behoorlijke hellingen (eveneens tot 10%).
Op uw weg doet u de drie gemeenten van het Defereggental aan: Sankt Jakob (1389m) Sankt Veit (1495m) en Hopfgarten (1107m). U vindt in elk van deze plaatsen gelegenheid om iets te eten of te drinken.

In Huben komt u in het Inseltal dat we stroomafwaarts volgen tot Lienz (673m).
Lienz centrumLienz is een stadje van 12.000 inwoners en hiermee ook het grootste centrum dat u op deze route zult vinden.
De weg er naartoe, de Felbertauernstrasse, is in de zomermaanden druk bereden door toeristen (met caravans) op weg naar de Adriatische kust (SloveniŽ, KroatiŽ en de Golf van VenetiŽ).

We noteren ook de laagste hoogtemeterstand, 673m en dat betekent dat we van de Staller Sattel tot hier bijna 1.400 meter gedaald zijn.
We zijn ook ruim halfweg. We hebben er 77 van de 140 km op zitten.

Het laatste deel van ons traject, 63 km, is eerst opnieuw licht stijgend tot Toblach, waarna het weer vlot bergaf gaat tot aan de finish.
Wie het niet meer ziet zitten om nog een inspanning te leveren kan met zijn fiets op de trein van Lienz naar Innichen. Dat zijn ze daar gewend...
Anderzijds stijgt het ook niet meer sterk. Innichen (1.175m) ligt weliswaar 500 m hoger maar het stijgingsgevoel (1,2%) wordt door de minste rugwind weggenomen.
We steken na 35 km opnieuw de landsgrens over en hier ziet u dadelijk het verschil. Aan de Italiaanse kant is het veel drukker en toeristisch uitgebaat. De plaatsen Innichen en Toblach zijn voor Italiaanse toeristen dan ook topattracties.
Bij Toblach (1.256m), het stadje waar de componist Gustav Mahler graag zijn vakantie doorbracht, ligt de oorsprong van de Rienz, de rivier van het Pustertal. Toblach is dan ook het hoogste punt van deze weg.
De hoofdweg door het Pustertal heeft nauwelijks plaats genoeg voor het autoverkeer en we zoeken dan ook vanaf hier fietspaden die niet te veel extra inspanningen vergen.
De autoweg wordt ook gemoderniseerd en op veel plaatsen rechtgetrokken, waarvoor tunnels worden aangelegd. Die zijn verboden voor fietsers maar de oorspronkelijke weg is zeker goed genoeg.
De weg blijft dalen tot het eindpunt, en het is dan ook lekker uitbollen.

Bijgewerkt door Freddy Deprez op 27 december 2008